Reacties 10

Me against the desert

Ik zit nog steeds zo vol met verhalen uit Afrika, dat het af en toe voelt alsof ik ga overstromen. Het is alweer twee jaar geleden dat ik daar rondhuppelde, maar ik ben er nog lang niet over uitgepraat. Eén van de plekken die me voor altijd bij zal blijven is de Namibwoestijn. Tijdens de groepsreis die ik door Namibië, Botswana en Zimbabwe maakte, hebben we hier een dag rondgehangen. Wat een plek. Wat een stilte, en wat een bijzondere natuur. Ik zag de zonsopgang én de zonsondergang, we beklommen duinen, hingen aan eeuwenoude bomen en leerden over de dynamische natuur in de woestijn, en hoe de regen eigenlijk alles verpest.

In het pikkedonker braken we onze tenten af en pakten we de truck in. Om half 6 sharp zaten we met z’n allen in de truck, om op tijd op een van de bekendste duinen ter wereld, Dune 45, de zonsopgang te bekijken. Om 5 over half 6 stonden we voor een dicht hek op de camping. Ze waren vergeten dat we extra vroeg weg wilden gaan. Ik was even vergeten dat ik in Afrika was.

Het was een race tegen de klok, letterlijk, want de zon begon haar eerste strepen al aan de horizon te vertonen. We reden als idioten door het niemandsland dat de Namibwoestijn heet, we waren in ieder geval wakker geschud. Aangekomen bij Dune 45, hoefden we alleen nog maar naar boven te lopen.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Vooral na een half jaar alleen maar autorijden (ik begon me zelfs af te vragen of ik überhaupt nog wel kon fietsen), heel veel braaien en maar twee mislukte hardlooppogingen. Mijn hemel. Een duin beklimmen is echt niet leuk. Vooral niet als ‘ie 170 meter hoog is. Maar het uitzicht was fantastisch. Met een rode kop, happend naar lucht, kroelde ik met mijn tenen in het zachte rode zand. Wat een bijzondere, lege plek. Overal waar je kijkt: zand, duinen en nog meer zand. Het is stil. Je hoofd wordt stil. Wat leven we toch op een bijzondere planeet.


Nadat ik weer moed en energie had verzameld om een sprintje naar beneden te trekken, stond er een lekker ontbijtje op me te wachten. The perks of being on a groepsreis, mensen. Het was tijd voor de nieuwe locatie: Deadvlei.

Deadvlei is een witte kleivlakte in de Namibwoestijn. Er omheen staan een paar van de hoogste duinen ter wereld, waaronder Big Daddy van 325 meter hoog. Heel erg lang geleden is de kleivlakte is gevormd na een flinke regenval. Toen het droog werd, stierven de bomen die op de kleivlakte stonden, maar na 800 tot 900 jaar staan ze er nog steeds. Ze vergaan niet, om het het te droog is. De bomen zijn helemaal uitgedroogd en de structuur is prachtig. Het is een spookachtig tafereel: het witte zand met die donkere bomen, de knaloranje duinen en de felblauwe lucht. En omdat ik altijd alles zonodig moet aanraken, kwam ik onder de 900-jaar-oude splinters terug.

De Namibwoestijn wordt gezien als de oudste woestijn ter wereld. In deze woestijn ligt naast Dune 45 en Deadvlei ook de Sossusvlei, waar heel soms water ligt. Omdat het de laatste tijd veel heeft geregend in de woestijn, lag er een flinke plas water. Soms ligt er wel tien jaar geen water, dus we hadden heel veel geluk.

Eenmaal op de camping kregen we een tour door de woestijn van een meneer met de bijnaam Boesman. Er was alleen geen woestijn meer te zien, overal stonden er planten. Door de grote hoeveelheid regen dit jaar (300 milliliter in plaats van de gemiddelde 10 milliliter per jaar), begonnen er ineens overal planten te groeien. Dit is helemaal niet goed voor de woestijn en alles wat daar leeft, omdat alle dieren zich hebben aangepast aan omstandigheden zonder water en planten. Ook liet Boesman zien dat door de hoge concentratie ijzer in het rode zand, het heel magnetisch is. Als je een magneetje over het zand haalt, kleven er allemaal zwarte korreltjes aan. Die zwarte korreltjes maken het zand zo mooi oranje.

Boesman vertelde ook over de bosjesmannen die in deze regio leefden. Ze waren maar 1 meter lang, een beetje gelig van kleur en deden alles te voet. Ze herkenden elkaar aan voetafdrukken in het zand. De bosjesmannen door achter een bosje te gaan liggen met een giftige pijl en boog. Als er geen bosje was, namen ze er zelf een mee, hence the name. Om te kunnen overleven, konden bosjesmannen tien kilo vlees in één keer eten. Daarna sliepen ze ongeveer een week, een letterlijke foodcoma dus. Begin vorige eeuw zijn de bosjesmannen uit Namibië verdreven door de Duitse kolonisten, die het leuk vonden om op deze kleine gele mensjes te jagen.

Na een prachtige zonsondergang werd de avond afgesloten met een van de lekkerste Afrikaanse maaltijden die ik ooit heb gehad: butternut met feta, boerewors en gepofte aardappelen met kruidenboter, allemaal rechtstreeks van de braai. Ik denk dat ik wel kan zeggen dat dit een van de mooiste dagen uit mijn leven is.

10 reacties

  1. Wauw meis, wat een prachtige foto’s dit, van prachtige plekken! Een reis naar Afrika staat heel hoog op mijn lijstje, al helemaal na het zien van deze foto’s en het lezen van een stukje van jouw reis :)!

    liefs,
    Femke
    http://www.unendful.nl

  2. Lizet

    Ja, je MOET echt naar Afrika gaan. Zuid-Afrika is een ontzettend fijn land en de omliggende landen zijn ook echt prachtig! Mijn favoriet is Botswana.

  3. Marianne

    Al ken ik de verhalen en foto’s al. Ik vind het weer een prachtig verhaal en schitterende fot’o’s. Wat een plek !

  4. Wauw, alleen de foto’s zijn al prachtig. Hoe moet het dan wel niet in het echt geweest zijn!
    Mooi avontuur :)

  5. Lizet

    Dankjewel! Het is ook een hele fotogenieke plek, dus dat helpt zeker mee. ;)

  6. Lizet

    Jaa, het was zeker een avontuur! In het echt was alles nog kleurrijker en stiller en adembenemender.

  7. Lizet

    Zuid-Afrika grijpt je vast en laat je nooit meer los, ik merk dat ook nog elke dag. En de landen er omheen zijn ook echt magisch! (vooral Botswana)

Zeg het maar!