reactie 0

Het zijn maar pixels

Gisteren prijsde ik mezelf nog zo gelukkig met mijn camera. Hoe mooi de kleuren van de zonsondergang wel niet waren op de foto’s die ik schoot, soms zelfs nog mooier dan in het echt.

Acht weken lang sleepte ik mijn gigantische zware camera met me mee. Een haat-liefdeverhouding had ik ermee. Het gewicht, de grootte, super onhandig. Je valt altijd op, je voelt je altijd de supertoerist. Maar dan de foto’s. De mogelijkheden. Prachtplaatjes waren het, honderden, waarschijnlijk al in de duizend.

En daar zaten we dan in de bus. Lien aan het raam, ik aan het gangpad. Ik was vrij snel in slaap gevallen na een korte nacht, en werd wakker bij de eerste stop van de bus in Calama, door een man die over me heen gebukt stond. Hij wees en zei iets in het Spaans. Ik was boos en zei dat ik het niet begreep, de man ging weg. Een minuut later zag ik dat mijn rugzak verdwenen was.

Ik begreep er niks van. We keken onder en achter de stoelen, het besef drong nog niet helemaal door. Totdat Lien zei dat het misschien die man was. Ik rende de bus uit, en ja, buiten hadden mensen een man met een gele rugzak gezien. Ik ben nog met iemand van de bus de straat op gerend, maar de man, mijn camera en al die mooie foto’s waren verdwenen.

Het besef kwam pas een paar uur later. Ik voelde me leeg, maar hoopte dat het een boze droom was en ik op een gegeven moment gewoon wakker zou worden. Maar nee. Acht weken moeite, en met plezier foto’s maken. En ze zijn allemaal weg. Geen back-up, niks. Vijftig foto’s die ik heb opgeslagen. That’s it.

Het zijn maar pixels. Het is maar een camera. Het geld krijg ik wel terug van de verzekering. De herinneringen blijven ook in mijn geheugen staan. Maar de foto’s. Het bewijs. Mijn passie. Kwijt. Allemaal verloren. Die pixels die me zo veel waard zijn.

Godzijdank had ik toevallig mijn telefoon, portemonnee en paspoort in een andere tas zitten, en was het ‘enkel’ mijn camera en de foto’s.

Zeg het maar!